Dividend + pensioen DGA in eigen beheer = OPGELET!

Dividend + Pensioen DGA in eigen beheer = OPGELET!

(Alarmerend standpunt Belastingdienst over dga-pensioen in eigen beheer en dividenduitkering).


Zoals bekend huldigt de Belastingdienst soms andere standpunten dan ondernemers en hun adviseurs graag zouden zien. Het recente vraag/antwoord (nummer 12-008 d.d. 20 september 2012) op de website van de Belastingdienst over pensioenen is daarvan een mooi voorbeeld. Dit inzicht van de Belastindienst vraagt om actie bij veel directeur-grootaandeelhouders (dga's) die het pensioen in eigen beheer opbouwen.

 

Inleiding


Veel dga's bouwen hun pensioen niet op bij een verzekeringsmaatschappij, maar 'in eigen beheer' bij een eigen B.V.. De B.V. vormt een pensioenpot waaruit vanaf de pensioendatum de pensioenuitkeringen kunnen worden betaald. Voor dga's met wat zelfbeheersing, het geld moet er immers vanaf de pensioendatum wel zijn, kan dit een mooie oudedagsvoorziening opleveren. Om te zien hoeveel geld er op balansdatum in de pensioenpot moet zitten wordt - veelal door de belastingadviseur- jaarlijks een pensioenberekening gemaakt.

 

De Belastingdienst vindt dat bij het beoordelen of de B.V. dividend kan uitkeren rekening moet worden gehouden met de pensioenverplichtingen. Na het uitkeren van dividend moet er voldoende geld over zijn ter dekking van het pensioen van de dga. Hetzelfde geldt bij stamrechten en lijfrenten in eigen beheer. Wordt desondanks toch dividend uitgekeerd, waardoor de dekking van het pensioen wordt aangetast, dan is de Belastingdienst van mening dat sprake is van 'afkoop' van het pensioen door de dga. Afkoop van pensioen kan fiscaal rampzalige gevolgen hebben: de Belastingdienst presenteert de rekening van maximaal 52% loonbelasting / inkomstenbelasting, vermeerderd met 20% revisierente (samen maximaal 72%), berekend over de balanswaarde van de pensioenvoorziening.

 

Het voorgaande geldt ook bij het maken van de afweging om de B.V. (onbelast) gestort aandelenkapitaal te laten terugbetalen. Het flexibele bv-recht vanaf 1 oktober 2012 biedt hier in een aantal situaties ruimte toe. Overigens spoort het standpunt van de belastingdienst met de gedachte van de 'uitkeringstest' die moet plaatsvinden bij dividenduitkering en terugbetaling van kapitaal onder het sinds 1 oktober 2012 geldende nieuwe B.V.-recht (zie ons artikel over de flex-B.V.).

 

Werkelijke waarde telt


Bij het beoordelen of er ruimte is voor uitkering van dividend moet volgens de Belastingdienst worden uitgegaan van de werkelijke (economische) waarde van het pensioen. Deze waarde ligt vaak aanzienlijk hoger dan de (fiscale) balanswaarde. De reden daarvoor is dat de fiscale wetgeving nogal wat beperkingen oplegt, waardoor voor een pensioen in eigen beheer een lagere voorziening mag worden aangehouden dan een verzekeraar zou doen. De verschillen houden bijvoorbeeld verband met het feit dat in eigen beheer (nog) geen rekening mag worden gehouden met de kans dat de dga de sterftetafels verslaat en met indexatie van de pensioenuitkeringen. Daarnaast wordt het verschil veroorzaakt door de in de berekening te hanteren rente.

De Belastingdienst heeft voorts in de eerdergenoemde beantwoording aangegeven dat bij de beoordeling van de ruimte voor een dividenduitkering mede rekening moet worden gehouden met het eventuele partnerpensioen en wezenpensioen dat door de B.V. moet worden uitgekeerd bij overlijden van de dga voor de pensioendatum. Voorzover deze risico's door de B.V. niet zijn afgedekt met een verzekering zijn hiervoor forse bedragen nodig en levert dit een zeer grote belemmering op voor het uitkeren van dividend. In de pensioenovereenkomst valt te lezen of dit aan de orde is. Een en ander zal voor de Belastingdienst aanleiding zijn om veel vaker dan voorheen het standpunt in te nemen dat sprake is van afkoop van het pensioen.

 

Wat nu?


Allereerst is het aan te bevelen om bij een voorgenomen dividenduitkering of kapitaalvermindering daadwerkelijk een goede afweging te maken en niet slechts een blik op de balans te werpen. Wanneer daaruit volgt dat er geen ruimte is, kan de conclusie zijn dat er dan maar geen dividend wordt uitgekeerd of dat een kapitaalsterugbetaling moet worden afgeblazen. Het kan echter geen kwaad om de pensioenregeling eens goed tegen het licht te houden en zo nodig wijzigingen aan te brengen. Wie weet ontstaat daarmee alsnog de gewenste ruimte voor dividend of kapitaalvermindering...!? Dit zal met name het geval zijn bij pensioenregelingen die zijn gebaseerd op de door de Belastingdienst gepubliceerde model-pensioenovereenkomsten. Daar zitten immers standaard nogal wat risico-componenten in zoals het eerdergenoemde partnerpensioen bij overlijden van de dga voor de pensioendatum en het nabestaandenoverbruggingspensioen.

 

Conclusie


Over pensioen moet in de toekomst belasting worden betaald, dus de Belastingdienst ziet graag dat u verstandig met het pensioengeld omgaat. Over de vraag hoe voorzichtig u daarmee moet zijn, kunnen we op enkele punten met de fiscus van mening verschillen. Uit de beantwoording van de vraag met nummer 12-008 valt in ieder geval af te lezen wat het standpunt van de Belastingdienst in voorkomend geval zal zijn. Kortom, zomaar een dividend uitkeren is er niet meer bij! Voorzichtigheid is geboden! Een herbeoordeling en zonodig aanpassing van de pensioenovereenkomst kan in veel gevallen extra ruimte bieden, zodat de gewenste dividenduitkering alsnog doorgang kan vinden!

 

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Erik van Kan, telefonisch (015-2136746) of via het contactformulier.

 

RBvK, oktober 2012