Minimum-salaris DGA vanaf 2015 'gebruikelijk loon'

Gebruikelijk loon DGA in 2017

 

Minimaal salaris DGA
 

Een directeur-grootaandeelhouder ("DGA") kan vaak zelf bepalen welk salaris hij krijgt van 'zijn' (of haar) B.V. De vrijheid om het salaris naar eigen inzicht vast te stellen zoals de DGA goed uitkomt wordt echter beperkt door de regels rond het 'gebruikelijk loon'. Deze 'gebruikelijkloonregeling' staat in de Wet op de Loonbelasting (artikel 12a) en schrijft een minimaal salaris voor van € 45.000 (2017) bruto per jaar. Daarnaast geldt dat het salaris van een DGA ten minste 'gebruikelijk' moet zijn. 
 

Wijziging gebruikelijk salaris 2015
 

Met ingang van 1 januari 2015 zijn de regels van het gebruikelijk salaris gewijzigd. Er geldt niet langer een tolerantiemarge van 30%, maar van 25%. Pas wanneer het salaris meer dan 25% te laag is, zal de Belastingdienst corrigeren. Daarnaast is het salaris van de 'meest vergelijkbare dienstbetrekking' als vergelijkingsmaatstaf geintroduceerd. Deze maatstaf vervangt het salaris uit de 'soortgelijke dienstbetrekking', welke tot en met 2014 gold. De reden voor deze wijziging is dat er altijd een meest vergelijkbare dienstbetrekking te vinden is in tegenstelling tot de 'soortgelijke dienstbetrekking'.


Vaststelling gebruikelijk loon DGA vanaf 2015

 

Vanaf 2015 geldt dat het salaris van een DGA ten minste gelijk is aan (de hoogste telt!):
 

  • 75% van het loon dat wordt betaald voor het 'meest vergelijkbare' dienstverband (de vergelijkingsmethode).
  • het loon van de best verdienende medewerker bij dezelfde werkgever, enkele uitzonderingen daargelaten.
  • het wettelijke minimale DGA-salaris van € 45.000 (2016: € 44.000).


Indien het salaris van de DGA minimaal € 45.000 bedraagt ligt de bewijslast voor een hoger salaris bij de Belastingdienst. Het is dan de belastinginspecteur die moet onderbouwen waarom het DGA-loon hoger zou moeten zijn. Als de Belastingdienst daarbij het salaris van de meest vergelijkbare dienstbetrekking in stelling brengt moeten daarbij ten minste de criteria worden gegeven waarop de vergelijking is gebaseerd.
 

Lager salaris mogelijk?


Als uitgangspunt bij het vaststellen van het salaris van een DGA geldt het minimum van € 45.000. Een lager loon is in bepaalde gevallen mogelijk (let op: bewijslast DGA):
 

  • in de startfase van het bedrijf.
  • bij parttime werk.
  • bij structureel verlies.

 

Vanaf 2017 is er voor DGA's van een innovatieve "start-up" een verruiming van de mogelijkheden om het salaris lager vast te stellen.

 

De afroommethode


In het geval een DGA in zijn eentje ten minste 90% van de winst van de B.V. genereert dan paste de Belastingdienst bij het vaststellen van het minimale salaris al snel de 'afroommethode' toe. Deze methode is door de Belastingdienst ontwikkeld als alternatief voor de vergelijkingsmethode en door de belastingrechter - in specifieke gevallen - geaccepteerd. Volgens de afroommethode bedraagt het gebruikelijk loon ten minste 70% (vanaf 2015: 75%) van de winst van de B.V. voor aftrek van het DGA-salaris en nadat de pensioenpremie en een winstmarge ten behoeve van de B.V. in aftrek zijn gebracht.

Nu per 2015 de meest vergelijkbare dienstbetrekking geldt, zou de afroommethode niet meer toegepast kunnen worden. Er is immers altijd een dienstbetrekking te vinden die het meeste vergelijkbaar is met die van de DGA (ook al is het verschil met de dienstbetrekking van de DGA groot). In de wetsgeschiedenis bij het Belastingplan heeft staatssecretaris hierover gezegd dat de rol van de afroommethode toch nog niet helemaal is uitgespeeld. Hoe groter het verschil met de meest vergelijkbare dienstbetrekking, hoe meer de afroommethode als alternatief in beeld komt om vast te stellen wat een gebruikelijk loon is. 

In combinatie met enkele recente rechterlijke uitspraken, bijvoorbeeld Hof Amsterdam 12 januari 2016, leidt dit tot de conclusie dat de afroommethode waarschijnlijk alleen nog in enkele zeer specifieke gevallen, maar wellicht zelfs geheel niet meer kan worden toegepast. De inspecteur zal zich in elk geval ten minste moeten verdiepen in de meest vergelijkbare dienstbetrekking. Op 24 juni 2016 oordeelde de Hoge Raad - over belastingjaar 2010 - dat wanneer er een vergelijkbare dienstbetrekking is, de fiscus dan de afroommethode niet mag toepassen. De inspecteur zal derhalve van goede huizen moeten komen ...!
 

Conclusie

 

Een te laag salaris levert risico op correctie door de Belastingdienst op. Het 'gebruikelijk loon' staat dan ook hoog in de controle-top-10 van de Belastingdienst. Daarbij wordt door de Belastingdienst nogal eens gebruik gemaakt van de afroommethode, hetgeen - zie bovenstaand - alleen in bepaalde specifieke situaties mogelijk is. Onze ervaring is dat de Belastingdienst inmiddels vaak bereid is tot een redelijke afweging, zeker bij salarissen vanaf zeker niveau.

In elk geval vraagt het loon van de DGA ook in 2017 de aandacht vanwege de gewijzigde gebruikelijkloonregeling. Een DGA doet er goed aan het loon te heroverwegen met de thans geldende marge van 25% in het achterhoofd en te proberen het salaris met vergelijkingsmateriaal te onderbouwen. De DGA met een gevuld dossier (met loongegevens van vergelijkbare dienstbetrekkingen) staat bij een belastingcontrole met 1-0 voor!


Hulp nodig? Neemt u dan eens contact op!


Ook interessant? Wijzigingen arbeidsrecht 2015