Periodiek verrekenbeding, on-ding?

Periodiek verrekenbeding, on-ding?

 

Huwelijkse voorwaarden

Bent u gehuwd? En, zo ja, heeft u huwelijkse voorwaarden? Veel ondernemers trouwen onder huwelijkse voorwaarden. Immers,  bijna 50% van de huwelijken met ondernemers eindigt in een echtscheiding. Daarnaast kunnen huwelijksvoorwaarden - mits met verstand toegepast - goede diensten bewijzen bij faillissement van de ondernemer of DGA. Daar schort het echter in de praktijk nogal eens aan, en niet alleen bij ondernemers (!), waardoor de huwelijkse voorwaarden ineens een averechts effect blijken te hebben.

 

Periodiek verrekenbeding

Veel huwelijkse voorwaarden bevatten een 'koude uitsluiting', waardoor de partners elk hun eigen bezittingen hebben en houden, in combinatie met een 'periodiek verrekenbeding'. Dat is een beding waarmee echtgenoten afspreken dat ze jaarlijks het niet-geconsumeerde inkomen onderling delen, dus het inkomen dat overblijft nadat de kosten van de woning, huishouding, school van de kinderen, e.d. zijn betaald. De omschrijving van wat er precies moet worden verrekend kan verschillen. Met een periodiek verrekenbeding in de huwelijkse voorwaarden kan ook de minst-verdienende partner een vermogen opbouwen, terwijl er toch gescheiden vermogens van beide partners zijn bij faillissement van de ondernemer en bij echtscheiding.

 

Niet-uitgevoerd periodiek verrekenbeding

De verrekening moet daadwerkelijk 'periodiek' (jaarlijks) worden uitgevoerd. Als echtgenoten dat nalaten ontstaat onduidelijkheid over welk vermogen van welk van de echtgenoten is. De Hoge Raad heeft daarom geoordeeld dat bij niet-naleving van een periodiek verrekenbeding het aanwezige vermogen wordt vermoed te zijn gevormd uit dat wat had moeten worden verrekend (dus: gezamenlijk vermogen). De echtgenoot die daar belang bij heeft kan proberen tegenbewijs te leveren. Als die echtgenoot kan aantonen wat de vermogens van de echtgenoten waren bij aanvang van het huwelijk, kan verrekening beperkt blijven tot de aangroei van het vermogen tijdens het huwelijk. In de praktijk zal tegenbewijs echter vaak lastig blijken, waardoor in feite sprake is van 'gemeenschap van goederen' en er bij echtscheiding 50/50 zal moeten worden afgerekend. En dat is vaak niet wat destijds bij het opstellen van de huwelijkse voorwaarden de bedoeling was! De regeling rond niet-uitgevoerde verrekenbedingen is in 2002 in de wet vastgelegd (artikel 1:141 lid 3 Burgerlijk Wetboek). 

 

Wat nu?

Dat zal u toch niet overkomen....? Er zijn verschillende mogelijkheden in het geval van een niet-uitgevoerd periodiek verrekenbeding:

  • u kunt het laten zoals het is, want u gaat toch niet scheiden (...)!
  • u kunt overwegen de huwelijksvoorwaarden geheel op te heffen of om een 'finaal verrekenbeding' in de huwelijkse voorwaarden op te nemen (als die er nog niet in staat), welk een gelijk effect kan hebben. Daarmee is duidelijk dat u samen deelt. Dit kan onder omstandigheden zelfs voordelen hebben op het gebied van erfbelasting ('estate planning').
  • in onderling onderling overleg gaat u samen met uw man/vrouw over het verleden alsnog verrekenen. Dat vergt wat rekenwerk (van u of van uw adviseur) en heeft als doel het niet naleven van het periodieke verrekenbeding te repareren.  Die verrekening legt u vast in een onderlinge overeenkomst. Nog beter is het om de verrekening te laten vastleggen door de notaris. Dat is meteen een mooie gelegenheid om te bekijken of de huwelijkse voorwaarden een opfrisbeurt kunnen gebruiken, bijvoorbeeld in verband met een verouderd inkomensbegrip of verwijzing naar vervallen belastingwetten. Vervolgens gaat u jaarlijks verrekenen (uw boekhouder/ belastingadviseur kan u hierbij helpen).

 

Tot besluit

Een verrekenbeding is dus alleen een on-ding als u dat er zelf van maakt. Klinkt het bovenstaande u bekend in de oren? Welke keuze u ook maakt, zorg er in elk geval voor dat u niet voor verrassingen komt te staan. Dat wilt u er echt niet bij hebben in een situatie van echtscheiding of faillissement!

 

Herkent u zichzelf in deze situatie of wilt u dat juist voorkomen, neemt u dan contact op met Erik van Kan of Jon Hulst.