Hoge Raad verwerpt verhoogde belastingrente (8%) voor verschuldigde vennootschapsbelasting

Verhoogde belastingrente vennootschapsbelasting ongeldig

Op 16 januari 2026 heeft de Hoge Raad in een zaak over de belastingjaren 2022 en 2023 een streep gezet door de verhoogde belastingrente die sinds 2022 geldt voor verschuldigde vennootschapsbelasting (Vpb). De verhoging naar 8%, die per 1 januari 2022 werd ingevoerd, is onverbindend verklaard. Volgens de Hoge Raad is deze hogere rente in strijd met het evenredigheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel, omdat Vpb-plichtige ondernemers hiermee zonder goede reden zwaarder werden getroffen dan andere belastingplichtigen (4%). De Belastingdienst zal op korte termijn de collectieve uitspraak doen de massaal bezwaar-procedure(s).

Gevolgen voor de praktijk

Voor de Vpb-aanslagen over 2022 en latere jaren waarbij het verhoogde tarief belastingrente (2022: 8%) is toegepast, en die op 16 januari 2026 nog niet onherroepelijk vaststonden, moet de belastingrente door de Belastingdienst worden teruggebracht naar het lagere ‘algemene’ tarief (2022: 4%). Dit kan een aanzienlijke meevaller betekenen voor bijvoorbeeld bedrijven die tijdig bezwaar hebben gemaakt (en het bezwaar nog loopt, zoals “massaal bezwaar”) of alsnog maken voor aanslagen waarvan op 16 januari 2026 de bezwaartermijn van 6 weken nog niet is verstreken.

In de onderstaande tabel vindt u de historische en vigerende percentages:

Jaar Algemeen tarief (o.a. IB, BTW) Vpb-tarief (vóór uitspraak)
2023 4% / 6% (vanaf 1 juli) 8%
2024 7,5% 10%
2025 6,5% 9%
2026 5% 7,5%

Geen verlaging algemene tarief belastingrente

Hoewel er ook bezwaren zijn ingediend tegen het algemene tarief belastingrente (op dit moment 5%), lijkt de Hoge Raad aan te geven dat dit tarief wél standhoudt. Bezwaarmakers, zoals op basis van de regeling voor massaal bezwaar, die hopen op een verlaging van de belastingrente voor bijvoorbeeld de inkomstenbelasting, BTW of erfbelasting zullen naar verwachting in het ongelijk worden gesteld (geen strijdigheid met het evenredigheidsbeginsel).