Zelfstandigenwet (internetconsultatie):meer zekerheid, maar niet voor iedereen

Op 1 oktober is de Zelfstandigenwet in internetconsultatie gegaan. Het voorstel introduceert een ‘veilige haven’: als aan zowel de “zelfstandigentoets” als de “werkrelatietoets” wordt voldaan, ontbreekt werkgeversgezag en is geen sprake van een arbeidsovereenkomst. De bedoeling is de Zelfstandigenwet op 1 januari 2028 in werking treedt.

Het wetsvoorstel creëert geen definitie van zelfstandigheid die alle bestaande jurisprudentie vervangt. De veilige haven werkt uitsluitend positief: wie eraan voldoet weet vooraf dat geen arbeidsovereenkomst aanwezig is en kan als zelfstandige werken. Wie er niet aan voldoet, valt terug op de normale kwalificatietoets (van artikel 7:610 BW).

De zelfstandigentoets kijkt naar de werkende persoon zelf en verlangt onder meer een KvK-inschrijving, btw-nummer, zakelijke rekening, minimaal drie opdrachtgevers in het lopende en voorgaande kalenderjaar gezamenlijk en jaarlijkse uitgaven aan bijvoorbeeld arbeidsongeschiktheid, pensioen, aansprakelijkheidsverzekering.

De werkrelatietoets kijkt naar de arbeidsrelatie, zoals de bedoeling van partijen, vrijheid bij uitvoering, werktijden en werkplek, en werken voor eigen rekening en risico. In de toelichting is opgemerkt dat uitsluitend per uur betaald werk waarbij geen noemenswaardig ondernemersrisico wordt gelopen moeilijk past bij dit criterium. Een concrete resultaatsverantwoordelijkheid tegen een vooraf bepaalde vergoeding zou daar juist wel bij passen.

Het ligt voor de hand dat de “zelfstandige” zorgt voor de onderbouwing dat aan de zelfstandigentoets wordt voldaan. De invulling van de werkrelatietoets lijkt meer een gezamenlijke taak. Opdrachtgevers zullen voldoende moeten kunnen staven dat aan de voorwaarden van de beide toetsen wordt voldaan en dat de feitelijke uitvoering aansluit bij de gemaakte afspraken. Wezen gaat voor schijn!

Wie niet aan beide toetsen voldoet, is niet automatisch werknemer. Dan blijft de bestaande, integrale beoordeling van artikel 7:610 BW gelden. Dat betekent ook dat de criteria uit de rechtspraak, met name het arrest Deliveroo maar ook Uber, belangrijk blijven.

Zwakke punten zijn onder meer dat de vereiste minimale jaarlijkse uitgaven aan ondernemersvoorzieningen zoals verzekeringen) nog niet zijn vastgesteld, blijvende open normen, extra administratie en gegevensuitwisseling. Starters en zelfstandigen met langdurige opdrachten kunnen bovendien buiten de veilige haven vallen. Een eenvoudige verbetering zou zijn om uit te gaan van 3 opdrachtgevers in 24 maanden (in plaats van lopende en voorgaande jaar). Critici vrezen daarom een administratieve afvinklijst en nieuwe jurisprudentie, in plaats van volledige duidelijkheid.

Laten we hopen dat het wetsvoorstel naar aanleiding van de internetconsultatie nog verbeterd zal worden, met meer zekerheid voor de praktijk. Het is helaas onze ervaring dat in de praktijk opdrachtgevers bij enige – veronderstelde – onzekerheid doorslaan in voorzichtigheid.